Borstvoeding geven en kolven tijdens werktijd

Geef je borstvoeding of kolf je? Dan heb je tot 9 maanden na de bevalling het recht om dit onder werktijd te doen, tot maximaal een kwart van je werkdag. Je werkgever betaalt je loon gewoon door over deze tijd. Dit recht staat vastgelegd in de Arbeidstijdenwet (artikel 4.8) en het Arbobesluit (artikel 3.48).
Eisen aan de kolfruimte
Je werkgever moet een geschikte, hygiënische en van binnenuit afsluitbare ruimte beschikbaar stellen. Deze ruimte moet aan een aantal eisen voldoen:
- van binnenuit afsluitbaar, met voldoende privacy en rust
- voorzien van een bed of rustbank
- voldoende verse lucht en klimaatbeheersing (niet te warm of te koud)
- een goedwerkende koelkast in de buurt
- de mogelijkheid om flessen te steriliseren of goed te reinigen
- geen gevaarlijke stoffen of verontreinigingen in de ruimte
Een auto of een invalidentoilet voldoet niet aan deze eisen. Is er geen geschikte ruimte beschikbaar, dan moet je werkgever je de mogelijkheid bieden om thuis te kolven of borstvoeding te geven. De reistijd hiervoor telt als werktijd en wordt door je werkgever doorbetaald.
Tip: vertel je leidinggevende zo vroeg mogelijk dat je wilt gaan kolven of borstvoeding wilt geven op het werk. Dat geeft je werkgever de tijd om een ruimte in te richten, of een oplossing te zoeken bij een bedrijf in de buurt.
Extra bescherming in de eerste 6 maanden
Naast het recht om te kolven of voeden, gelden in de eerste 6 maanden na de bevalling ook de volgende regels voor je werk- en rusttijden:
- maximaal 10 uur werk per dienst, en gemiddeld maximaal 45 uur per 16 weken (of 50 uur per 4 weken)
- extra pauzes van een achtste van je arbeidstijd, doorbetaald
- geen nachtdiensten, tenzij je werkgever kan aantonen dat dit echt niet anders kan
Na deze 6 maanden, tot het kind 9 maanden is, houd je in ieder geval het recht om onder werktijd te kolven of voeden.
Risico's tijdens het geven van borstvoeding of kolven
Ook na de bevalling kunnen bepaalde arbeidsomstandigheden een risico vormen — niet alleen voor jou, maar via de moedermelk ook voor je kind. Denk aan gevaarlijke stoffen (oplosmiddelen, bestrijdingsmiddelen, geneesmiddelen) en biologische agentia (bacteriën, virussen, parasieten), naast fysieke belasting, werkstress en onregelmatige werktijden. Je werkgever moet deze risico's vastleggen in de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) en je hierover tijdig informeren.
Vragen over jouw situatie?
Heb je vragen over jouw specifieke situatie? Bespreek dit met je bedrijfsarts, arbodeskundige of arbodienst.