Kraamverlof / Partnerverlof / Geboorteverlof

Het kraamverlof is het recht om verlof op te nemen na de bevalling van de partner. Dit verlof wordt ook wel geboorteverlof, partnerverlof of vaderschapsverlof genoemd.



Sinds 1 januari 2019 heeft de partner van de moeder recht op eenmaal het aantal werkuren per week aan verlof. Werkt de partner dus 30 uren per week, dan bedraagt het verlof 30 uren.

 

De partner hoeft het kraamverlof niet te gebruiken voor het bijwonen van de bevalling zelf en het doen van aangifte bij de burgerlijke stand. Hiervoor kan het calamiteiten / kort verzuimverlof gebruikt worden.

 

Het kraamverlof moet binnen vier weken na de geboorte opgenomen worden. 

 

Tijdens het verlof wordt het salaris door de werkgever doorbetaald. In de geldende CAO of bedrijfsregeling kunnen afwijkende afspraken over de doorbetaling gemaakt zijn.

 

Het kraamverlof moet zo snel mogelijk schriftelijk of mondeling worden aangevraagd bij de werkgever

 

De werkgever mag het kraamverlof niet weigeren.

 

Aanvullend geboorteverlof per 1 juli 2020. 

Per 1 juli 2020 kunnen partners tot vijf weken aanvullend geboorteverlof opnemen.Tijdens dit verlof kunnen ze een uitkering aanvragen bij het UWV. Deze uitkering bedraagt 70% van hun dagloon (met een maximum van 70% van het maximumdagloon). Dit aanvullende verlof moet binnen zes maanden na de geboorte van het kind opgenomen worden. De partner dient eerst het "normale" geboorteverlof op te nemen voordat aanvullend geboorteverlof opgenomen kan worden.

Het aanvullende geboorteverlof moet in hele weken aangevraagd worden. In overleg met de werkgever kan de spreiding van het verlof anders geregeld worden.

Het aanvullende geboorteverlof geldt indien het kind op of na 1 juli 2020 geboren wordt.